U heeft een email ontvangen met verdere instructies.
Dit is geen geldige combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord.
E-mailadres is niet bekend.
Wachtwoord vergeten?
 Inloggen

ANESTHESIOLOGISCHE ZORGVERLENING (2004)

PREOPERATIEVE ZORG

De anesthesioloog en de snijdend specialist zijn tezamen verantwoordelijk voor de preoperatieve zorg.


Doel

Het doel van het anesthesiologische deel van de preoperatieve zorg is:
Het zo optimaal en veilig mogelijk laten verlopen van de anesthesie bij de voorgenomen ingreep.


Omschrijving

Het anesthesiologische deel van de preoperatieve zorg omvat:

  1. Beoordeling gezondheidstoestand van de patiënt in relatie tot de voorgenomen ingreep.
  2. Risico-inschatting t.a.v. de voorgenomen ingreep.
  3. Optimalisatie van de conditie van de patiënt.
  4. Voorlichting aan de patiënt of diens vertegenwoordiger.
  5. Het verkrijgen van informed consent (conform WGBO).
  6. Opstellen van het perioperatief beleid.


Beoordeling gezondheidstoestand van de patiënt in relatie tot de voorgenomen ingreep

Bij de beoordeling van de gezondheidstoestand van de patiënt in relatie tot de voorgenomen ingreep zijn van belang de noodzakelijke gegevens zoals die van de operatie-indicatie, anamnese, voorgeschiedenis, lichamelijk onderzoek, behandeling door andere specialisten en laboratorium- en functieonderzoeken.
Voor het verkrijgen van een of meer van deze gegevens kan desgewenst gebruik worden gemaakt van artsen en/of verpleegkundigen die daartoe bevoegd en bekwaam worden bevonden door de anesthesioloog. 
De anesthesioloog blijft verantwoordelijk voor het verkrijgen en beoordelen van deze gegevens.


Risico-inschatting ten aanzien van de voorgenomen ingreep

De risico-inschatting ten aanzien van de voorgenomen ingreep wordt door de anesthesioloog gemaakt op basis van het gesprek met de patiënt, op grond van de bij punt 1 verzamelde gegevens en de bevindingen van het gericht lichamelijk onderzoek.


Optimalisatie van de conditie van de patiënt

De anesthesioloog zorgt voor de optimalisatie van de conditie van de patiënt in relatie tot de voorgenomen ingreep. Hij kan hiervoor een gericht consult aanvragen bij een andere medische specialist. De anesthesioloog blijft zelf verantwoordelijk voor de beslissing of de anesthesie doorgang kan vinden, wanneer en onder welke condities.


Voorlichting aan de patiënt of diens vertegenwoordiger

De anesthesioloog is verantwoordelijk voor de voorlichting van algemene en voor de patiënt specifieke aspecten van de voorgenomen anesthesie en peri-operatieve zorg. Hierbij komen ten minste aan de orde: anesthesietechniek en alternatieven, risico’s complicaties en instructies aan de patiënt.
Bij de algemene aspecten kan hij gebruik maken van daartoe bekwame medewerkers, schriftelijke informatie en/of video-opnames.


Informed consent

De toestemming van de patiënt of diens vertegenwoordiger voor de afgesproken anesthesie(techniek) dient door de anesthesioloog te worden verkregen en schriftelijk te worden vastgelegd in het medisch dossier. Tevens wordt vermeld dat is gesproken over risico’s, complicaties en het eventueel toedienen van de anesthesie door een andere anesthesioloog dan die aan wie de toestemming is verleend.
De behandelend anesthesioloog komt de afspraken na. Wordt afgeweken van de gemaakte afspraken dan wordt dit – met de reden waarom – in het medisch dossier vastgelegd.


PEROPERATIEVE ZORG


Algemeen

Naast de voor- en nazorg van de daar behandelde patiënten kan een anesthesioloog als regel maximaal de zorg op twee operatiekamers tegelijkertijd op zich nemen. Afhankelijk van de toestand van de patiënt, de wijze en de complexiteit van de anesthesie beslist de anesthesioloog of hij voor één of twee kamers verantwoordelijk wil zijn. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:

  • een anesthesioloog wordt bij zijn werkzaamheden geassisteerd door een anesthesiemedewerker;
  • de anesthesioloog verzorgt zelf de in- en uitleiding van iedere anesthesie en geeft, als hij de operatiekamer verlaat, duidelijke aanwijzingen aan de anesthesiemedewerker over de bewaking, het onderhouden van de anesthesie en de momenten waarop hij gewaarschuwd wil worden.
  • een gekwalificeerde anesthesiemedewerker is continu bij de patiënt aanwezig;
  • de anesthesioloog is direct beschikbaar;
  • beide operatiekamers liggen in elkaars onmiddellijke nabijheid;
  • de planning van de anesthesiologische zorg is zodanig dat twee gelijktijdige risicomomenten of risico-ingrepen zoveel mogelijk worden gemeden (bijvoorbeeld ingrepen bij kinderen jonger dan 1 jaar, grote operatie met te voorzien instabiel beloop). De anesthesioloog is derhalve mede verantwoordelijk voor de OK-planning.


Bijzondere omstandigheden in opleidingsziekenhuizen

  • In ziekenhuizen waar aios worden opgeleid tot anesthesioloog functioneren deze naast anesthesiologen en ondersteunende medewerkers. Met het vorderen van de opleidingsjaren neemt de bekwaamheid van de aios om het gehele palet van de anesthesiologische zorgverlening verantwoord uit te voeren toe. Daarmee neemt de noodzaak van directe supervisie af, zulks ter beoordeling van de opleider.
  • De mate waarin en de wijze waarop de aios zonder directe supervisie anesthesiologische handelingen mag uitvoeren wordt bepaald door de opleider maar geldt alleen voor het vijfde opleidingsjaar, waarin de zelfstandigheid van handelen van de aios moet worden aangeleerd conform de opleidingseisen. Voor elke anesthesie die de aios verzorgt dient hij/zij te weten wie hij kan consulteren.
  • Hieruit volgt dat de aios, indien de omstandigheden naar de mening van de aios daartoe aanleiding geven, altijd kan rekenen op daadwerkelijke ondersteuning door het in het vorig lid van dit artikel bedoeld staflid.
  • Besluitvorming tot het zelfstandig uitvoeren van anesthesieën geschiedt na kennisname van de aard van de ingreep en de conditie van de patiënten en na overleg met een van de anesthesiologen die behoort tot de opleidingsgroep. In dit overleg wordt door de anesthesioloog en de aios tezamen vastgesteld dat de aios bekwaam is om de concreet gevraagde anesthesieën, van het betreffende specifieke operatieprogramma, uit te kunnen voeren.
  • Indien een aios nog niet in staat wordt geacht om zelfstandig anesthesiologische handelingen uit te voeren, dient er voor elke anesthesie die hij uitvoert zijn een superviserend staflid bekend te zijn.
  • Stafleden anesthesiologen en aois mogen nooit voor meer dan twee operatiekamers tegelijkertijd eindverantwoordelijkheid dragen.
  • Bij alle anesthesiologische werkzaamheden dient de anesthesioloog of aios te kunnen beschikken over ondersteuning door ter zake bevoegde en bekwame medewerker. Bij de samenstelling van het anesthesieteam dienen de ervaring van de aios en de kwalificaties van de medewerker te worden verdisconteerd.


Ondersteuning van de anesthesioloog

Bij al zijn werkzaamheden, zowel binnen als buiten het operatiekamercomplex, dient de anesthesioloog te kunnen beschikken over assistentie van ter zake bevoegde en bekwame medewerkers. Medische handelingen worden door deze medewerker uitgevoerd in opdracht van de anesthesioloog. Bij elke handeling moet bekend zijn welke anesthesioloog zijn supervisor is.

POSTOPERATIEVE ZORG

De verkoeverperiode is de periode in directe aansluiting op een ingreep en/of een anesthesiologische procedure en is een integraal onderdeel van de anesthesiologische behandeling. Tijdens de verkoeverperiode is de anesthesioloog verantwoordelijk voor de bewaking, het respiratoire en hemodynamische management en de pijnbestrijding. Ontslag van de verkoeverafdeling vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de anesthesioloog op grond van vooraf omschreven criteria. Zodra de patiënt de verkoeverafdeling verlaten heeft, is de behandelend specialist eindverantwoordelijk voor bewaking en behandeling van de patiënt. De anesthesioloog blijft in deze fase aanspreekbaar voor de gevolgen van het eigen ingrijpen, maar de zorg voor de patiënt is door anderen overgenomen.


Anesthesiemedewerkers

Bij al zijn anesthesiologische werkzaamheden, zowel binnen als buiten het operatiekamercomplex, dient de anesthesioloog te kunnen beschikken over assistentie van ter zake bevoegde en bekwame medewerkers. Medische handelingen worden door de anesthesiemedewerker uitgevoerd in opdracht van de anesthesioloog. Bij elke handeling moet bekend zijn welke anesthesioloog zijn supervisor is.


Pijnbestrijding

Binnen een afdeling zijn de in de opleidingseisen omschreven basale kennis en vaardigheden van behandeling van pijn aanwezig. Indien de afdeling geen gecompliceerde diagnostiek en/of therapie kan bieden bij patiënten met maligne en/of benigne pijn, dient er een adequaat verwijskanaal of een gestructureerd samenwerkingsverband met een afdeling anesthesiologie elders te bestaan, die deze faciliteiten wel kan verschaffen. 
De maatschap/vakgroep spant zich in voor een actief postoperatief pijnbeleid, vormgegeven in protocollen en een acute postoperatieve pijnservice (o.a. controle van epiduraal, PCA-pomp etc.) Zie bijlage 2.


Intensive care

Intensive care-geneeskunde is een interdisciplinaire vorm van geneeskunde waarbij anesthesiologen ten minste betrokken behoren te zijn. Intensive-care geneeskunde kan optimaal functioneren indien de betrokken specialisten elkaar en hun professionele deskundigheid respecteren, stimuleren en een onderlinge betrokkenheid tonen.


Traumazorg/spoedeisende geneeskunde

Een afdeling Anesthesiologie is, samen met andere specialismen, verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van de traumazorg/spoedeisende geneeskunde.


Reanimatie

Een afdeling Anesthesiologie is, samen met andere specialismen, verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van het reanimatiebeleid in het ziekenhuis. Het reanimatiebeleid en de verdeling van taken in het ziekenhuis dienen in protocollen te zijn vastgelegd.