U heeft een email ontvangen met verdere instructies.
Dit is geen geldige combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord.
E-mailadres is niet bekend.
Wachtwoord vergeten?
 Inloggen

ELECTIEVE INGREPEN IN KLEINE LOCATIES

Verenigingsstandpunt Electieve ingrepen in Kleine Locaties

Versie 20 november 2012

Onder Kleine Locaties wordt verstaan instellingen met maximaal twee operatiekamers, waar chirurgische en invasieve ingrepen plaatsvinden op een operatieafdeling (klasse 1 of 2) of in een behandelkamer. In deze locaties zijn alle bestaande NVA standpunten en door de NVA geautoriseerde richtlijnen van kracht, zoals deze te vinden zijn op de website van de NVA. Bovendien dient de anesthesioloog zich ervan te overtuigen dat hij te allen tijde in staat is om adequate hulp te regelen bij onverwachte omstandigheden c.q. calamiteiten. Tevens wordt de WIP leidraad “Omstandigheden (kleine) chirurgische en invasieve ingrepen” en de NEN 7500 norm gevolgd.

In Kleine Locaties kunnen uitsluitend de volgende patiënten worden behandeld:

1. Patiënten met een classificatie ASA 1 en ASA 2, vastgesteld aan de hand van een pre-operatieve screening;
2. Patiënten die geen syndromale afwijkingen hebben die een risico vormen voor het geven van anesthesie
3. Patiënten die geen anatomische afwijkingen in het gezicht en oropharynx hebben die een risico geven tot een moeilijke luchtweg

Het betreft daarbij uitsluitend de volgende chirurgische ingrepen:

4. De ingreep moet routine zijn voor het gehele operatieteam;
5. De ingreep duurt maximaal 3 uur;
6. De ingreep is zonder verwacht significant bloedverlies;
7. De verwachte postoperatieve pijn is in de thuissituatie behandelbaar.

De organisatie van de zorg voldoet aan de volgende voorwaarden:

8. De anesthesioloog heeft invloed op de samenstelling van het operatieprogramma en houdt hier tevens toezicht op;
9. Schriftelijke afspraken met betrekking tot het beschikbaar zijn van een tweede anesthesioloog zijn vastgelegd;
10. Er zijn andere artsen beschikbaar die in staat zijn adequaat te ondersteunen bij calamiteiten en hiervoor een ALS-training hebben gevolgd;
11. Protocollen op het gebied van ontslagcriteria verkoeverkamer, procedure Rapid Sequence Induction (RSI), latexallergie, maligne hyperthermie, algoritme moeilijke luchtweg, ontslagcriteria        dagbehandeling, total spinal, anafylactische shock, calamiteiten, postoperatieve pijnbehandeling en neuraxisblokkade/antistolling zijn aanwezig;
12. Hulpmiddelen voor het veiligstellen van de luchtweg en de intravasculaire toegang zijn beschikbaar;
13. Er zijn afspraken gemaakt met betrekking tot nazorg, ontslagcriteria, doorverwijzing, transport en opvang van calamiteiten;
14. Adequate hulp (bij behandeling en bediening van apparatuur) van daartoe geschoold en geregistreerd ondersteunend personeel is beschikbaar;
15. Ter plaatse bestaat de mogelijkheid tot het bepalen van Hb en glucose;
16. Te allen tijde dient goede communicatie mogelijk te zijn tussen behandelaars en overig personeel, met de patiënt, en in het geval van kinderen met de ouders.

De behandeling van kinderen onder de 16 jaar vindt uitsluitend plaats onder de volgende voorwaarden:

17. Kinderen hebben een leeftijd van minimaal 3 jaar, waarbij tot een leeftijd van 6 jaar de zorg bovendien beperkt wordt tot één operatiekamer;
18. De ingreep vindt plaats buiten de oropharyngeale ruimte, tenzij het bijzondere tandheelkunde betreft waarbij  voldaan wordt aan voorwaarden 2 en 3;
19. De chirurgische ingreep heeft een verwacht bloedverlies van minder dan 1% van het totale bloedvolume en matige postoperatieve pijn.