| Nieuws |
NVA
Mededelingen
Nieuwsbrieven
Opleidingen
Richtlijnen/Standpunten
Aandachtsgebieden
Patientenvoorlichting
Congresagenda
Accreditatie
Anesthesiologendagen
Wetenschap
Pijncongres
Waarneming
NTvA
DBC hulplijn
Geschiedenis
Foreign visitors
Links
Lidmaatschap
Dienstverlening
Zoeken op deze site
Inloggen
Onderstaande tekst is als ingezonden brief geplaatst in Medisch Contact 36, 5 september 2008.
Reactie op “Screening voor de roes”
In de afgelopen tien jaar zijn in veel Nederlandse ziekenhuizen poliklinieken voor preoperatieve screening (POS) tot stand gekomen. Aanleiding hiertoe vormde onder meer het rapport van de Raad voor Volksgezondheid uit 1997. In dit rapport wordt aangegeven dat de anesthesioloog de aangewezen medisch specialist is, die op basis van zijn/haar specifieke kennis verantwoordelijk dient te zijn voor het in kaart brengen van de preoperatieve patiënt. Ook optimalisatie van de gezondheid van preoperatieve patiënten en het peri-operatieve beleid behoren tot de taken van de anesthesioloog. Sindsdien zijn vele publicaties verschenen die het kwaliteitsverhogende aspect van deze POS door anesthesiologen verder onderbouwen. Wel werd daarbij de kanttekening geplaatst, dat één van de belangrijkste drempels het ontbreken van een structurele landelijke financiering was. Desondanks bleek de kwaliteitsslag dermate doorslaggevend, dat (staf)maatschappen, raden van bestuur en zorgverzekeraars gezamenlijk op lokaal niveau hebben gezocht naar alternatieve financieringsvormen om een POS te realiseren. Teneinde meer transparantie te verkrijgen werd door de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie de taakopdracht aan Capgemini verleend om een tijdsbestedingsonderzoek te doen naar POS-activiteiten; deze normtijd werd in de daaropvolgende Rondrekening 2005 gevalideerd. Thans zijn landelijke veldpartijen zoals de Nederlandse Zorgautoriteit, DBC-Onderhoud, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport, de Orde van Medisch Specialisten en de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie betrokken bij het proces om financiering van de POS structureel te regelen, opdat de continuïteit van deze kwaliteitsindicator ook voor de toekomst geborgd kan worden.
Vergelijkbaar met andere poliklinieken binnen het ziekenhuis kunnen onder gereguleerde omstandigheden bepaalde taken gedelegeerd worden aan medewerkers zoals doktersassistenten, ANIO’s, anesthesie-medewerkers en gespecialiseerde POS-verpleegkundigen. Vanuit het oogpunt van doelmatigheid kunnen zij een rol vervullen bij het verzamelen van de relevante patiëntgegevens. In tegenstelling tot de mening van de auteurs van dit artikel is het standpunt van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie, dat de behandelend arts zélf (of namens hem/haar een vakgroepgenoot of AIO) aan de patiënt toestemming moet vragen voor een ingreep op basis van de WGBO. Toetsing door de juridische commissie van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie ondersteunt dit standpunt. Juist in een sector onderhevig aan marktwerking en noodzaak tot doelmatigheid is het cruciaal, dat efficiëntie niet ten koste gaat van kwaliteit van zorg zoals onder meer geborgd binnen de WGBO.
Tenslotte zijn wij de mening toegedaan, dat de resultaten uit het onderzoek niet eenvoudig te extrapoleren zijn naar alle Nederlandse ziekenhuizen. Een eventuele toename in doelmatigheid zal sterk afhankelijk zijn van de lokale situatie, waarbij het aantal patiënten dat de POS jaarlijks doorloopt, de rendabiliteit van taaksubstitutie bepaalt. Onder alle omstandigheden zal evenwel voorwaarde zijn, dat bij alle preoperatieve patiënten het informed consent door de anesthesioloog wordt verkregen.
Bestuur Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie tel: 030 - 2823385 fax: 030 - 2823856 e-mail: nva@anesthesiologie.nl KVK 40531687