U heeft een email ontvangen met verdere instructies.
Dit is geen geldige combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord.
E-mailadres is niet bekend.
Wachtwoord vergeten?
 Inloggen

Chronische lage rugpijn nog steeds groot gezondheidsprobleem

Naar schatting 2,3 miljoen Nederlanders hebben chronische lage rugklachten. Voor de individuele patiënt een groot probleem, maar ook voor de maatschappij: de kosten voor de samenleving zijn enorm. Een deel van de patiënten met chronische lage rugklachten komt terecht in pijncentra. Pijncentra hebben vele behandelmogelijkheden, zoals medicijnen, pijnblokkades en gedragstherapie. Ten aanzien van een deel van de pijnblokkades is het wetenschappelijk bewijs voor (kosten)effectiviteit niet eenduidig. Daarom hebben De Vrije Universiteit in Amsterdam, het Erasmus MC in Rotterdam en de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie drie onderzoeken uitgevoerd (de Mint studie). Hierin werd gekeken of een pijnblokkade (blokkeren van een zenuw) een (kosten-)effectieve toevoeging is aan een multidisciplinair pijnprogramma bij patiënten met chronische lage rugklachten. Alle patiënten kregen fysiotherapie/oefentherapie en soms psychologische hulp. De resultaten laten zien dat het gemiddelde effect in de patiëntengroep die een pijnblokkade heeft gehad in dit onderzoek op lange termijn niet beter was dan in de patiëntengroep die geen pijnblokkade ontvingen. Naast de 700 patiënten die hebben deelgenomen aan dit onderzoek zijn enkele duizenden patiënten gevolgd in hun behandeling bij het pijncentrum. Deze data zullen worden gebruikt voor vervolgonderzoek.

Chronische lage rugklachten
Ongeveer driekwart van de mensen in de westerse wereld heeft wel eens te maken met aspecifieke lage rugklachten. Daarvan zullen 10-15% chronische klachten ontwikkelen. Chronische lage rugklachten kunnen ontstaan door vele verschillende oorzaken. Meestal worden ze veroorzaakt door pijnklachten in spieren. Deze klachten zijn vaak kortdurend. Een deel van de rugklachten wordt veroorzaakt door pijn uit de gewrichten waar de wervelkolom uit is opgebouwd (facetgewricht, sacro-iliacaal (SI) gewricht en gewricht gevormd door tussenwervelschijf en wervellichamen).

Het onderzoek
De onderzoekers onderzochten niet alleen het verschil in effect van de behandelingen maar ook of het verschil in effect in verhouding staat tot de kosten. Onderzocht zijn rugklachten veroorzaakt door pijn uit facetgewricht, SI gewricht en gewricht gevormd door tussenwervelschijf en wervellichamen. Aan deze drie onderzoeken hebben bijna 700 patiënten deelgenomen.

Belangrijkste onderzoeksresultaten
Bij de patiëntengroep met rugklachten veroorzaakt door het facetgewricht is er geen verschil in de pijn, het functioneren, het ervaren herstel en de kosten bij de groep die pijnblokkade heeft gehad in vergelijking met de groep die dat niet heeft gehad. Wel is in beide groepen de pijnscore met gemiddeld bijna 30% afgenomen.

Er is een klein korte-termijn verschil (minder dan 1 punt op een schaal van 0-10) in effect gevonden van de pijnblokkade op vermindering van pijn en ervaren herstel bij patiënten met klachten aan het SI-gewricht, in het voordeel van de pijnblokkade. Vanaf 6 maanden na de behandeling is er geen verschil meer tussen de groepen. De algemene kosten voor patiënten in de groep met de pijnblokkade zijn hoger dan de groep zonder blokkade.

Bij de patiënten met een combinatie van SI-, facet- en/of tussenwervelschijf problematiek zijn er kleine verschillen gevonden tussen de twee groepen op ervaren herstel, ten voordele van de groep die een pijnblokkade heeft gehad. Ook hebben deze patiënten 3 maanden na de interventie iets minder pijn (minder dan 1 punt op een schaal van 0-10). Op de lange termijn zijn er geen verschillen meer tussen de groepen. De kosteneffectiviteit is in deze groep nog niet bekend.

Beperkingen van het onderzoek
Dit onderzoek is wereldwijd een van de grootste onderzoeken naar pijnblokkades bij chronische lage rugpijn en nam vele jaren in beslag. Het gemiddelde effect in de patiëntengroep die een pijnblokkade heeft gehad was in deze studie niet beduidend beter dan in de patiëntengroep die geen pijnblokkade ontvingen. Mogelijk is het eventuele positieve effect van een pijnblokkade wel aantoonbaar in nog nader vast te stellen subgroep van patiënten. 

Vervolg
De MinT studie is het eerste onderzoek in Nederland dat is uitgevoerd op basis van voorwaardelijke financiering. Het Zorginstituut Nederland zal op basis van de studieresultaten en de recente internationale literatuur de minister adviseren over de vergoeding van de pijnblokkades. De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) neemt deze resultaten mee in de herziening van haar richtlijnen.

Nieuw onderzoek is nodig om het enorme individuele en maatschappelijke gezondheidzorg probleem van chronisch lage rugklachten terug te dringen. Financiering van pijnonderzoek heeft sinds 2007 nauwelijks tot geen prioriteit gekregen in onderzoeksprogramma’s van de Nederlandse overheid. En dat terwijl een recente WHO studie heeft aangetoond dat rugklachten al sinds 1995 in de wereld het grootste probleem is wat betreft het aantal jaren dat mensen leven met beperkingen (‘years lived with disability’).

De MinT studie wordt uitgevoerd door onderzoekers van het EMGO+ Instituut van de Vrije Universiteit in Amsterdam, het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en de Nederlandse Vereniging van Anesthesiologie. Het onderzoek is gestart in 2012 en gefinancierd door ZonMw, met een bijdrage van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie.

Hoe werkt een pijnblokkade?

Pijnspecialisten proberen de bron van de lage rugpijn te achterhalen door een proefblokkade waarbij de zenuw nabij het gewricht wordt verdoofd. Om te beoordelen of de pijn inderdaad daar vandaan kom Indien de proefblokkade positief is, wordt er een met behulp van een naald een radiofrequente afgegeven waarbij de zenuw bij het gewricht wordt verhit. Hierdoor kan de desbetreffende zenuw de pijnprikkels minder goed geleiden en neemt de pijn af. Deze behandeling gebeurt onder röntgendoorlichting en onder plaatselijke verdoving.

Wat is een pijnscore?

Als patiënt is het vaak moeilijk om aan te geven hoeveel pijn je hebt. Daarom wordt de pijnscore gemeten. De patiënt geeft dan aan hoe ernstig de pijn is op een score van 0 tot 10 waarbij 0 'geen pijn' is en 10 'de meest denkbare pijn'.