Nieuws
Printversie

Ruggenprik

Samenvatting

  • Meest effectieve vorm van pijnbestrijding gedurende alle stadia van de bevalling.
  • Uitgevoerd door een anesthesioloog. Voorzorg- en controlemaatregelen bestaan uit het geven van een infuus en aansluiting op specifieke bewakingsapparatuur.
  • Door middel van een "prik" in de rug wordt een dun slangetje achtergelaten in de nabijheid van zenuwweefsel. Verdovingsvloeistoffen die hierdoor worden toegediend blokkeren de pijnprikkels vanuit de baarmoeder en de bekkenbodem. De pijn ten gevolge van ontsluitings- en persweeën is beduidend minder tot afwezig. Hierdoor ontstaat een draaglijke situatie.
  • Neveneffecten bij het kind zijn beperkt.
  • Neveneffecten bij moeder: het risico hierop is over het algemeen klein of van tijdelijke aard. Bovendien zijn deze over het algemeen goed behandelbaar. Mogelijke effecten zijn: bloeddrukdaling, hoofdpijn, een doof tintelend gevoel met soms gering krachtsverlies in de benen, jeuk, verminderde blaasfunctie.

Achtergrond

In vergelijking met de ons omringende landen, wordt in Nederland epidurale pijnbestrijding tijdens de bevalling betrekkelijk weinig toegepast. Dit is onder andere te verklaren door het hoge percentage thuisbevallingen (35%). In de kliniek wordt momenteel in ruim 8% van de gevallen van deze techniek gebruik gemaakt. Dit percentage is groeiende. De mogelijkheden tot epidurale pijnbestrijding zijn evenwel niet voor ieder ziekenhuis gelijk. Dit is onder andere afhankelijk van de grootte en uitrusting van het centrum waarnaar u bent verwezen. Vraag uw behandelend gynaecoloog naar de mogelijkheden.

Wie komt in aanmerking? Wie niet?

In principe komt iedere barende vrouw met onhoudbare pijn voor epidurale pijnbestrijding in aanmerking, al dan niet in combinatie met een niet-vorderende baring of uitputting van de vrouw. De behandelend gynaecoloog stelt de indicatie, in overleg met de uitvoerend anesthesioloog. Onder bepaalde omstandigheden kan de anesthesioloog afzien van de procedure. Dit kan het geval zijn bij stoornissen in de bloedstolling, infecties, bepaalde neurologische aandoeningen en afwijkingen of eerdere operaties aan de wervelkolom.

Wie voert uit? Waar?

Het plaatsen van een epidurale katheter in de rug is een specifieke vaardigheid van de anesthesioloog. Afhankelijk van personele voorzieningen en de beschikbaarheid van adequate bewakingsapparatuur voor moeder en kind, zal de procedure plaatsvinden in de verloskamer of op het operatiekamercomplex. Dit kan van ziekenhuis tot ziekenhuis verschillen.

Hoe wordt de epiduraal uitgevoerd?

Voorafgaande aan de procedure krijgt u een infuus. Dit wordt gedaan om eventuele bloeddrukdaling te kunnen behandelen. Aansluiting aan bewakingsapparatuur is eveneens noodzakelijk. Hiermee zal regelmatig de bloeddruk en pols van de moeder tijdens en na het prikken worden gemeten. Ook de hartfrequentie van het kind zal worden geregistreerd. Het prikken zelf vindt plaats in zijligging of zittend met voorovergebogen rug.
Nadat de rug schoongemaakt is met een desinfecterende vloeistof, wordt de huid ter hoogte van de lendewervels met een dun naaldje verdoofd. Vervolgens wordt op deze plaats met behulp van de epidurale naald een klein slangetje (katheter) tussen de doornuitsteeksels van de wervels opgeschoven tot de epidurale ruimte is bereikt. In deze ruimte liggen zenuwen die onder andere pijnprikkels vanuit de baarmoeder en bekkenbodem naar het centrale zenuwstelsel geleiden. Door inspuiting van verdovingsvloeistoffen worden de zenuwen in hun werking geblokkeerd.
De prik van de epiduraalnaald duurt slechts kort en is bij goede huidverdoving niet bijzonder pijnlijk. De ontsluitingsweeën worden vaak als pijnlijker ervaren. Het is belangrijk om tijdens de prik met de epiduraalnaald zo stil mogelijk te blijven liggen of zitten. Dit is om te voorkomen dat de, met een vlies omgeven, vochtholte wordt aangeprikt waarin zich de diepere zenuwstructuren bevinden. Op dit niveau geprikt hoeft er geen angst te bestaan voor letsel aan het ruggenmerg. Wel kan dit aanleiding geven tot het optreden van hoofdpijn. Zodra de katheter eenmaal in de juiste positie is gebracht kunt u zich weer vrijelijk bewegen. Via de katheter wordt met tussenpozen, dan wel continue, verdovingsvloeistof toegediend, waardoor de pijn zal afnemen. Na de eerste inspuiting duurt het gemiddeld 15 minuten voordat een optimaal pijnstillend effect is bereikt. Tijdens het verdere verloop zal regelmatig gecontroleerd worden op pijnbeleving, bloeddruk en welbevinden van het kind.

Wat is het effect op de pijn?

Volledige pijnstilling, zowel tijdens de ontsluitingsfase als tijdens het persen, is in principe mogelijk. Afhankelijk van de soort en hoeveelheid verdovingsvloeistof, kan dit soms gepaard gaan met gering krachtsverlies of zwakte in de benen. Een tintelend, doof gevoel aan benen en/of buikhuid kan worden opgemerkt. Al deze effecten zijn van tijdelijke aard en zullen verdwijnen zodra de epidurale toediening wordt gestaakt. Veelal zal de anesthesioloog kiezen voor een dosering waarmee voor de vrouw een dragelijke situatie wordt gecreëerd terwijl de bijeffecten tot een minimum worden beperkt. Het is mogelijk dat “de top van de wee” nog als drukkend of licht onaangenaam wordt ervaren. Bij de moeizaam verlopende niet-vlottende baring of in geval van uitputting zal een periode van rust worden geïntroduceerd, waarin de vrouw haar krachten zal kunnen hervinden. Deze afname van stress zal ook de baby ten goede komen.
De epidurale pijnblokkade kan bij 1-5% onvoldoende resultaat geven. Aanpassingen aan katheter of verdovingsvloeistof zijn soms nodig. In een enkel geval wordt opnieuw geprikt.

Wat zijn de mogelijke neveneffecten?

Bloeddrukdaling: Dit is het gevolg van bloedvatverwijding in de onderste lichaamshelft. Door het geven van infuusvloeistoffen kan dit worden voorkomen. Bij optreden hiervan tijdens het verdere verloop kunt u geadviseerd worden zoveel mogelijk op linker- of rechterzijde te liggen. Dit draagt bij tot handhaving van de bloeddruk.

Hoofdpijn: Hoofdpijn treedt soms op en is het gevolg van het aanprikken van de met hersenvocht gevulde ruimte waarin zich het centraal zenuwstelsel bevindt. Dit komt voor in ±1% van de gevallen. De hoofdpijn manifesteert zich vaak de volgende dag. Het betreft een vervelende maar verder onschuldige bijwerking die goed behandelbaar is. In de helft van de gevallen volstaan eenvoudige maatregelen als rust, medicijnen en veel drinken. Anderszins zijn er bij aanhoudende of ernstige klachten andere behandelingsmogelijkheden.

Baringsbeloop: Na bereiken van volledige ontsluiting kan het zijn dat de spontane persdrang trager op gang komt, waardoor de uitdrijvingsfase wat langer duurt. Dit hoeft bij een verder ongecompliceerde baring niet van invloed te zijn op het uiteindelijk spontaan bevallen. Andersom wordt bij een gecompliceerd beloop vaker een beroep gedaan op epidurale pijnstilling. In dergelijke gevallen kan het soms komen tot een vacuüm- of tangverlossing.
Wanneer een keizersnede noodzakelijk mocht zijn, kan de epiduraalkatheter hiervoor gebruikt worden zonder de noodzaak van narcose. De vrouw kan wakker blijven tijdens de ingreep en haar kind direct na de geboorte zien.

Rugklachten: Rugklachten tijdens de zwangerschap en rondom de bevalling zijn niet ongewoon (5-30%). Over langere termijn gezien, zijn aanhoudende of nieuw optredende rugklachten na een bevalling onder epidurale pijnstilling niet rechtstreeks hieraan toe te schrijven. Een langdurig ongebruikelijke houding tijdens de geboorte met abnormale trekkrachten op zenuwen en ligamenten van bekken en wervelkolom spelen hierbij een rol. De epiduraal kan soms wel een tijdelijk beurs gevoel geven op de plaats van de prik.

Jeuk: Afhankelijk van de gebruikte verdovingsvloeistoffen treedt soms een milde vorm van jeuk op. Deze behoeft zelden behandeling.

Blaasfunctie: De epiduraal kan van invloed zijn op de blaasfunctie, in die zin dat u het gevoel van een volle blaas niet goed bemerkt. In de praktijk is dit zelden een probleem.
Ook om obstetrische redenen zal de blaas en urineproductie worden gecontroleerd. Een eventuele, in dit geval pijnloze, blaaskatheterisatie kan nodig zijn.

Rillen: Het kan soms voorkomen dat u na het prikken van de epiduraal gaat rillen zonder een gevoel van kou te ervaren. Dit is onschuldig en meestal van korte duur. Veranderingen in de temperatuurszin liggen hieraan ten grondslag.

Overig: De kans dat grote hoeveelheden verdovingsvloeistoffen ongewild in bloedbaan of hersenvocht terechtkomen is bijzonder klein. Wel is dit een van de redenen waarom de anesthesioloog deze ingreep uitvoert met gebruikmaking van eerder genoemde hulp- en bewakingsapparatuur. Hierdoor kan een dergelijke complicatie met succes snel en adequaat worden behandeld.

 

Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie     tel: 030 - 2823385     fax: 030 - 2823856     e-mail: nva@anesthesiologie.nl     KVK 40531687