Ondervoeding kinderen

Gezond eten is belangrijk voor alle kinderen en extra belangrijk voor kinderen die geopereerd worden. Bij tekorten aan voedingsstoffen en een te laag gewicht duurt het herstel na de operatie vaak langer. Daarom krijgen kinderen met een hoog risico op ondervoeding voor en na de operatie een behandeling.

Screening voor de operatie

Ondervoeding kinderen operatieVoor een operatie maakt de specialist een inschatting van de gezondheid van een kind. Dit heet een screening. Bij de screening kijkt de specialist ook of een kind ondervoed is.
Ondervoeding betekent dat het lichaam een tekort aan voedingsstoffen heeft, vooral energie en eiwit. Om aan energie en eiwit te komen gebruikt het lichaam zijn reservevoorraden. Vetweefsel wordt dan afgebroken, maar ook spierweefsel. Hierdoor valt een kind af en krijgt het een minder goede conditie. Door ondervoeding is een kind vaak hangerig, moe en vaker ziek. Bij ondervoeding duurt het gemiddeld ook langer voordat een kind herstelt na de operatie.

Om de kans op ondervoeding in te schatten, kijkt de specialist onder andere naar de verhouding tussen lengte en gewicht en of lengte en gewicht passen bij de leeftijd van een kind (groeicurve). Ook stelt de specialist vragen, bijvoorbeeld of een kind bepaalde ziekten heeft. Zieke kinderen hebben een verhoogde kans op ondervoeding.

Ondervoeding aanpakken voor de operatie

Als bij de screening blijkt dat je kind ondervoed is of door een ziekte een verhoogd risico heeft op ondervoeding, dan kan de specialist je kind verwijzen naar een kinderarts en/of (kinder)diëtist. Die maakt een behandelplan dat goed bij de situatie van je kind past.

  • De behandeling van (een risico op) ondervoeding begint zo snel mogelijk. Hoe eerder een kind met de behandeling begint, hoe beter.
  • Je kind volgt een dieet waarmee het meer energie, eiwitten en andere belangrijke stoffen binnenkrijgt. De kinderarts of diëtist kan ook aanvullende dieetproducten voorschrijven, zoals energie- en eiwitrijke drinkvoeding. Drinkvoeding is vloeibare voeding in een flesje waar belangrijke voedingsstoffen in zitten.
  • Kan je kind door een ziekte en/of de behandeling niet goed eten? Bijvoorbeeld door misselijkheid, overgeven of problemen met slikken? Dan is sondevoeding nodig. Sondevoeding is vloeibare voeding die via een slangetje (sonde) direct in de maag of in de darm komt. Sondevoeding bevat vocht, energie en alle voedingsstoffen die een kind dagelijks nodig heeft en kan het gewone eten voor een deel of helemaal vervangen.
  • Soms kunnen de darmen van een kind door een ziekte of behandeling voedingsstoffen niet meer goed opnemen. Dan kan de specialist adviseren om voeding via een infuus te geven. De voedingsstoffen komen dan via een slangetje meteen in het bloed.
  • Als je kind erg ondervoed is, dan kan de specialist adviseren om de operatie uit te stellen. Er is dan meer tijd om de ondervoeding aan te pakken.

Ondervoeding tegengaan na de operatie

  • Na de meeste operaties kunnen kinderen gewoon eten en drinken. Het is zelfs belangrijk om – liefst binnen 6 uur na de operatie - weer te eten en te drinken, want het herstel gaat dan sneller.
  • Wil je kind niet eten door misselijkheid, overgeven of pijn? Dan kan de arts daar vaak medicijnen voor geven.
  • Als een kind na 24 uur nog niet kan of mag eten, dan kan de arts sondevoeding (voeding via een slangetje in de maag of darm) adviseren. Ook kinderen die voor de operatie al ondervoed waren, krijgen vaak sondevoeding.
  • Soms is voeding via een infuus nodig. Bijvoorbeeld als een kind erg ondervoed is. Daar wordt pas een week na de operatie mee begonnen