De sectie Pijn heeft een nieuwe voorzitter en een nieuw bestuurslid. In gesprek met Lennart Wasmoeth en Sandra van den Heuvel over hun motivatie, hun zorgen én hun ambities voor de komende jaren.
Met een nieuwe voorzitter en een nieuw bestuurslid slaat de sectie Pijn een volgende fase in. Lennart en Sandra brengen ieder hun eigen expertise en aandachtsgebied mee, maar delen een duidelijke overtuiging: de pijngeneeskunde moet inhoudelijk sterk blijven én zichtbaar zijn. Wat hen bindt, begint al bij hun keuze voor het vak.
Waarom hebben jullie ooit gekozen voor de pijngeneeskunde?
Sandra: “Tijdens mijn opleiding anesthesiologie merkte ik dat je eigenlijk maar een klein stukje van het ziek-zijn van een patiënt meemaakt. Je bent er op een belangrijk moment, maar daarna draag je over. In de pijngeneeskunde is dat anders. Daar ben je hoofdbehandelaar waardoor patiënten vaak langduriger en intensiever begeleidt. Je leert ze daardoor goed kennen en ziet wat een aandoening écht doet in iemands dagelijks leven. Dat geeft meer diepgang in je werk.
Rond mijn derde opleidingsjaar begon ik te voelen dat ik me in iets anders wilde verdiepen dan alleen de anesthesie. Tijdens stages ontdek je wat bij je past. Voor mij werd steeds duidelijker: dit is het.”
Lennart: “Dat herken ik heel erg. Ik denk dat veel pijnspecialisten diezelfde behoefte aan diepgang hebben. Het hoofdbehandelaarschap spreekt aan. Je bouwt echt een band op met mensen. Je werkt samen aan een doel: iemand weer beter laten functioneren. Dat kan groot zijn, weer aan het werk kunnen, maar ook klein, zoals weer zonder pijn de hond kunnen uitlaten. Dat soort dingen geven gewoon veel voldoening. Je ziet binnen de pijngeneeskunde soms een verandering over tijd. Dat proces samen doormaken met een patiënt, dat vind ik zo waardevol. En de procedurele vaardigheden die je leert als anesthesioloog, die kun je natuurlijk goed inzetten bij pijnpatiënten. Die combinatie maakt het vak voor mij compleet.”
Sandra, wat maakte dat je je actief wilde inzetten voor de sectie?
Voor mij speelt sterk mee dat ik het vak pijngeneeskunde goed op de kaart wil zetten of behouden want we hebben al veel bereikt. Ik ben betrokken geweest bij het facet-hoofdstuk in de richtlijn. Vanuit dat traject zag ik dat bepaalde behandelingen, zoals facetbehandelingen, niet meer worden vergoed. Terwijl we allemaal patiënten kennen die daar echt baat bij hadden. Mensen die daardoor weer beter konden functioneren en een betere kwaliteit van leven kregen. Tegelijkertijd moet je ook eerlijk zijn: als behandelingen niet altijd zorgvuldig of met de juiste indicatie worden ingezet, dan wordt het lastig om ze te behouden.
Ik vind dat we daar als beroepsgroep verantwoordelijkheid in hebben. Dat betekent: goede indicaties stellen, zorgvuldig uitvoeren, patiënten goed volgen en zorgen voor wetenschappelijke onderbouwing.
Dat raakt aan onderwijs, onderzoek en kwaliteit. Het is veel breder dan één behandeling. Op dit moment in mijn carrière voelde het logisch om daar ook landelijk een bijdrage aan te leveren.”
Lennart, je was al actief binnen het bestuur van de sectie. Wat verandert er voor jou nu je voorzitter bent geworden?
Lennart: “Ik zie het vooral als een kans. Er zijn meer dan twee miljoen mensen met chronische pijn in Nederland. Natuurlijk kunnen en moeten wij die niet allemaal zelf behandelen. Maar als je kijkt naar de zorgvraag die op ons afkomt, nu en in de toekomst, dan denk ik dat het heel belangrijk is dat wij als pijnspecialisten een duidelijke rol blijven spelen. Misschien zelfs een grotere rol krijgen.
We hebben een regierol: we kijken waarmee een patiënt het beste geholpen is. Soms is dat bij ons, soms bij een ander specialisme. Die positie moeten we blijven uitdragen.”
Jullie hebben allebei eigen aandachtsgebieden binnen de pijn. Verandert dat iets in jullie blik op het vak?
Lennart: “Ik houd me onder andere bezig met PENG-blokkades. Dat past goed binnen het concept van passende zorg, dat nu een belangrijk thema is in de zorgtransformatie waar Nederland middenin zit. Als pijnspecialisten kunnen we daarin echt verschil maken. Het gaat om gerichte interventies, bij de juiste patiënt, op het juiste moment. Dat vraagt om zorgvuldigheid en onderbouwing.”
Sandra: “Bij opioïden zie je eigenlijk een vergelijkbaar vraagstuk. Gepast opioïdgebruik is een maatschappelijk thema. Dat raakt meerdere specialismen. Iedereen die opioïden voorschrijft moet nadenken over duur, dosering en duidelijke afspraken met patiënten. Wat ik heb geleerd, is dat je dit niet alleen kunt oplossen. Je hebt andere specialismen nodig. Dat geldt eigenlijk voor veel thema’s binnen de pijn.
Met twee miljoen mensen met chronische pijn kunnen wij het niet alleen. Het vraagt om samenwerking: een gezamenlijke taal en bijvoorbeeld gezamenlijke patiënteninformatie.
"Met twee miljoen mensen met chronische pijn kunnen wij het niet alleen. Het vraagt om samenwerking: een gezamenlijke taal en bijvoorbeeld gezamenlijke patiënteninformatie"
Wat willen jullie komende tijd jullie aandacht op richten?
Sandra: “Goed onderwijs en goed onderzoek. We moeten kunnen laten zien dat wat wij doen, werkt. Pijnbehandeling is niet alleen interventiegericht; het vraagt om een biopsychosociale benadering. Tegelijkertijd zijn onze interventies wel een belangrijk onderdeel van het behandelarsenaal. Dat is iets wat wij als pijnspecialisten toevoegen. Als we dat zorgvuldig en goed onderbouwd neerzetten, dan zorgen we ervoor dat de pijngeneeskunde toekomstbestendig blijft.”
Lennart: “Een deel is al genoemd: zorgen dat ook internationale pijntechnieken voldoende aandacht en onderzoek blijven krijgen. Daarnaast is de kwaliteitsregistratie die nu wordt opgezet belangrijk. Als die goed loopt en we die actief gebruiken om onze behandelingen te evalueren, kunnen we onze kwaliteit nog beter inzichtelijk maken. Dat helpt ons als wetenschappelijke vereniging om stevig te blijven staan.”
Hoe betrekken jullie de achterban?
Lennart: “We zijn er trots op dat we binnen de sectie veel ervaren pijnspecialisten hebben. Ik denk ook dat er best veel collega’s zijn die wel iets willen doen, maar denken: dat lukt mij niet, of ik ben nog niet ervaren genoeg.”
Sandra: “Ik ben zelf ook begonnen in een commissie en met het meeschrijven aan een richtlijn. Zo bouw je een landelijk netwerk op en leer je collega’s kennen. Van daaruit ontstaan weer nieuwe stappen. Het is niet alleen nuttig, het is ook gewoon leuk. Je ontwikkelt jezelf en kijkt breder dan je eigen ziekenhuis.”
Lennart: “Dus zie je in de nieuwsbrief een oproep voor een sectielid? Of ben je aios en geïnteresseerd in pijngeneeskunde? Meld je aan voor de sectie". Begin gewoon en kijk of het bij je past het.”