Passende operatieve zorg • niet iedere operatie is de beste oplossing

Passende zorg begint vóór de OK. De NVA werkt al jaren aan de versterking van de preoperatieve fase: het moment waarop alle betrokken specialisten samen beoordelen of een ingreep werkelijk de beste keuze is. 

 


Preoperatief MDO verbetert behandelplannen: bij een derde vervalt de operatie

Multicenter Nederlandse studie (2025)

Opereren of niet? Als kwetsbaarheid van de patiënt een belangrijke factor is, vraagt de afweging om wel of niet te opereren om tijdig multidisciplinair overleg. Soms leidt dit tot een andere keuze dan opereren; een keuze die beter past bij de situatie en wensen van de patiënt. Dit zorgt niet alleen voor betere uitkomsten voor de patiënt, maar ook voor een gerichte inzet van schaarse zorgprofessionals.

De British Journal of Anaesthesia publiceerde in 2025 het artikel “Characteristics and outcome of preoperative multidisciplinary team discussions for high-risk noncardiac surgical patients in the Netherlands”.

Een unieke Nederlandse multicenterstudie uit 9 ziekenhuizen en 225 patiënten (mediane leeftijd van 73 jaar) waarin onderzocht is hoe het preoperatief multidisciplinair overleg (MDO) artsen en andere betrokken professionals helpt bij het wegen van risico’s, het bespreken van behandelopties en het meenemen van patiëntvoorkeuren.
 

81%
had een aangepast behandelplan na MDO
32%
operatie niet de beste optie
9
deelnemende ziekenhuizen
225
patiënten geïncludeerd

Het MDO blijkt van belang voor besluitvorming bij kwetsbare patiënten. Het leidde vaak tot aanpassing van de behandeling en zelfs tot het afzien van een operatie, met het oog op risico’s en patiëntvoorkeuren. Niet voor niets is het inmiddels een verplicht onderdeel van de leidraad perioperatieve zorg. 

Bij 32% van de patiënten leidde het preoperatieve MDO tot de conclusie: een operatie is niet de beste optie.

Richtlijnen en beleid die passende zorg ondersteunen

 Anesthesie bij obesitas

 

Het aantal mensen met overgewicht in Nederland neemt sterk toe. In 2022 had 50% van de bevolking overgewicht; in 2050 zal dit naar verwachting zijn opgelopen tot 64%, blijkt uit de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2024 van het RIVM. Deze ontwikkeling maakt het nóg belangrijker om anesthesiologische zorg goed af te stemmen op de specifieke behoeften van deze groeiende patiëntengroep. Obesitas brengt medische, waaronder ook anesthesiologische, uitdagingen met zich mee. Zorg voor patiënten met obesitas vereist extra voorbereiding, inzicht en samenwerking tussen disciplines. Om anesthesiologische teams hierbij te ondersteunen, is een nieuwe multidisciplinaire richtlijn ontwikkeld: Anesthesie bij obesitas.

 

 Uitbreiding richtlijn Perioperatief traject

 

De NVA heeft samen met andere wetenschappelijke verenigingen de richtlijn Perioperatief traject uitgebreid (vastgesteld op 28 november 2025). Er is een nieuwe module toegevoegd over het onbedoeld achterblijven van operatiemateriaal, met praktische aanbevelingen voor veilige werkprocessen en handelen bij incomplete tellingen. Daarnaast is de module Preoperatief anesthesiologisch onderzoek geactualiseerd, onder meer rond medicatieverificatie, geldigheidsduur en risicovolle medicatie.

Preventie van postoperatieve pulmonale complicaties

Patiënten met longziekten zoals astma, COPD, interstitiële longfibrose of pulmonale hypertensie hebben, zelfs bij optimale zorg, een intrinsiek verhoogd risico op postoperatieve longcomplicaties. Anesthesiologen bewaken de ademhaling voor, tijdens en na de operatie. Van preoperatieve risicobeoordeling tot postoperatieve ademhalingsondersteuning. De vernieuwde richtlijn ondersteunt anesthesiologen en hun samenwerkingspartners bij het maken van veilige, wetenschappelijk onderbouwde keuzes voor deze kwetsbare patiëntengroep.


 

Prehabilitatie 

 

Prehabilitatie is binnen de richtlijnen een uitdagend onderwerp. Wetenschappelijk bewijs, patiëntenselectie en praktische toepasbaarheid vragen om zorgvuldige afwegingen. Tijdens de Invitational van het richtlijnencluster Perioperatief proces, onder voorzitterschap van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en de NVA, stond dit thema centraal.

NVA-voorzitter Anton de Bruin besprak het idee van een continuüm van prehabilitatie naar Passende Zorg. Soms is een intensief prehabilitatieprogramma de juiste keuze, maar soms is het zinvoller om samen kritisch te bekijken of een operatie wel echt de best passende behandeling is voor deze unieke patiënt.

"De anesthesioloog als regisseur — niet van de narcose, maar van het hele perioperatieve traject."

Een pijnbehandeling in plaats van een operatie

Volkskrant: Pijnspecialisten trekken langs verpleeghuizen om ouderen te helpen: ‘Fantastisch dat ze hierheen komen’

Voor kwetsbare ouderen in het verpleeghuis met een gebroken heup is een rit naar het ziekenhuis, behandeling en een eventuele langdurige opname fysiek én mentaal vaak zeer belastend.

Daarom kijken we heel goed welke behandeling het beste past bij de behoeften en wensen. Een van de opties is een PENG-blokkade in plaats van een operatie. Zo creëren we een situatie waarin we alleen de zorg verlenen waar de patiënt echt mee geholpen is. Minder morfine, geen ziekenhuisopname, maar wel PassendeZorg.

De juiste afweging voor iedere patiënt
Passende operatieve zorg betekent dat niet iedere patiënt automatisch dezelfde route volgt, maar dat behandeling en voorbereiding worden afgestemd op de gezondheid, risico’s en wensen van de individuele patiënt. Anesthesiologen spelen hierin een centrale rol in het perioperatieve traject: van preoperatieve screening en multidisciplinaire besluitvorming tot begeleiding tijdens en na de operatie. Door kwetsbaarheid, herstelvermogen en behandelopties beter in kaart te brengen, kan per patiënt worden afgewogen of en hoe een operatie daadwerkelijk waarde toevoegt.
De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie ondersteunt deze ontwikkeling door passende zorg actief te agenderen, samenwerking tussen specialismen te stimuleren en kennis en goede voorbeelden te delen. Zo draagt de vereniging eraan bij dat operatieve zorg veiliger, doelmatiger en beter afgestemd is op wat voor de patiënt werkelijk van waarde is.