Donderdag 28 mei
Sprekers:
Wat betekent het om anesthesie te geven in een omgeving waar middelen beperkt zijn, teams klein zijn en elke beslissing direct impact heeft? Tijdens deze sessie deelt anesthesioloog Rob Bloemen zijn ervaringen bij Artsen zonder Grenzen in Zuid-Soedan en Ethiopië.
Rob werkt tegenwoordig in het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam, maar was eerder op missie in Zuid-Soedan (2019) en Ethiopië (2020). Daar werkte hij in omstandigheden die sterk verschillen van de Nederlandse operatiekamer: beperkte middelen, een kleine staf en patiënten die soms met wantrouwen of angst een operatie tegemoet zien.
In zijn verhaal neemt Rob je mee naar de dagelijkse praktijk van een missieziekenhuis. Hij vertelt over samenwerking, improvisatie en over de verhalen achter zijn patiënten.
Welkom op onze sessie tijdens de Anesthesiologendagen. Op 28 mei om 11.30 uur spreekt Rob Bloemen over zijn ervaringen als anesthesioloog bij Artsen zonder Grenzen (AzG). Hieronder alvast een korte introductie.
Dat is James, ‘mijn’ lokale anesthesiemedewerker in Zuid-Soedan. Zo’n twintig jaar ouder dan ik en met zijn grijze kroeshaar en bijna twee meter lengte een statige verschijning. Hij werkte al vele jaren voor AzG in Zuid-Soedan, had alles wel gezien en waarschijnlijk al tientallen anesthesiologen voorbij zien komen.
Hij genoot veel respect van de lokale bevolking en was onze go-to tolk om de soms wantrouwende patiënten en familie te informeren over de noodzaak van een operatie. Een no-nonsense type kerel die, misschien wel begrijpelijk, er niet echt voor openstond zijn handelen aan te passen aan de zoveelste westerse anesthesioloog.
Ik zag hem dan ook bijna met zijn ogen rollen wanneer ik voor een operatie weer een vergeefse poging deed om een kind te troosten of te laten lachen.
Halverwege mijn missie kwam hij met een huilende peuter de OK op lopen. Ouders mochten niet mee naar de OK. Het jongetje had een nare geïnfecteerde wond op zijn hoofdhuid die op de OK gedebrideerd zou worden en had daar niet echt zin in.
De tranen rolden over zijn wangen, maar toch liep hij braaf mee met James. Terwijl ik een spuit ketamine klaarmaakte, zette hij het jochie op de OK-tafel. Hij begon in het Nuer tegen het kind te praten en wees naar het plafond.
De ogen van het jongetje volgden zijn vinger. Ik had geen idee waar James mee bezig was, maar toen hij begon te ‘zoemen’ viel het kwartje. De zoemende vinger verdween onder de OK-tafel en ik kreeg een knikje van James.
Snel spoot ik 50 mg ketamine in het bovenbeen van de peuter. James sloeg hard met zijn platte hand op de OK-tafel: hij had de imaginaire mug mooi te pakken. Ik zal niet beweren dat het jongetje lachend in slaap viel, maar hij was niet meer verdrietig. Wat een softie, die James.
Voordat je op missie gaat, volgt er een introductie bij AzG. Hierbij leer je meer over de organisatie, krijg je trainingen over het omgaan met agressie en dreigende situaties en delen ‘veteranen’ hun ervaringen.
Voorafgaand aan een missie regelt AzG alle logistieke en administratieve zaken, zoals tickets, visa, medische registratie in het land van bestemming en eventuele vaccinaties en malariaprofylaxe.
Je krijgt uitgebreide informatie over het project waarin je gaat werken, de (veiligheids)situatie ter plaatse en gedragsregels waaraan je je dient te houden. Denk hierbij niet alleen aan zaken als een avondklok en safe versus no-go zones, maar ook aan culturele aspecten, zoals gedrag dat als beledigend wordt gezien en richtlijnen voor social media.
Behalve het opdoen van unieke medische ervaring en levenservaring, heb ik vooral weer gezien dat (OK-)zorg een teamsport is. Waar het hier nog weleens ‘wij en zij’ is met betrekking tot anesthesie en chirurgie, doe je tijdens een missie echt alles samen.
Je loopt samen visite, beoordeelt samen patiënten en maakt samen een plan. Teams zijn daarnaast vaak klein. In mijn geval was er één chirurg, één anesthesioloog en één OK-team. Je bent dus volledig op elkaar aangewezen.
Dat kan betekenen dat bij hoogrisicopatiënten, gezien de beperkte middelen, de chirurg genoegen moet nemen met suboptimale chirurgische condities. Maar ook dat je meedenkt bij casussen die buiten de comfortzone van de chirurg liggen, zoals obstetrie en trauma/orthopedie.
Ook nu nog probeer ik dit mee te nemen door laagdrempelig zorgen over een patiënt te bespreken. Door uit te dragen dat het niet ‘het probleem van de anesthesie’ is, maar dat wij als team een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het reduceren van risico’s.