Ervaringsverhalen

Meer dan opereren: bouwen aan anesthesiezorg in Uganda

In april 2026 stap ik voor de derde keer uit het vliegtuig in Uganda. Toch voelt deze reis anders dan de vorige twee. Waar we eerder naar Kumi reisden om samen met plastisch chirurg dr. Titus Opegu patiënten te opereren in zijn geboorteplaats, staat dit keer een andere vraag centraal. Waar kunnen we duurzame schisiszorg opbouwen voor jonge kinderen? Die zoektocht voert ons langs verschillende ziekenhuizen, waar niet zozeer de operatiekamers onze aandacht trekken, maar juist de plekken waar patiënten daarna terechtkomen. Want goede schisischirurgie begint misschien op de operatiekamer, maar het succes ervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van de postoperatieve zorg.

Ik reis met een team van Interplast Holland, dat zich al jarenlang inzet voor de opleiding van lokale plastisch chirurgen. Die focus op opleiden past in een bredere ontwikkeling binnen global health. Waar internationale missies vroeger vaak draaiden om het behandelen van zoveel mogelijk patiënten, verschuift de aandacht steeds meer naar het versterken van lokale zorgsystemen en het opleiden van zorgprofessionals. Anesthesie speelt daarin misschien niet altijd de hoofdrol, maar is wel onmisbaar. Goede anesthesiezorg vraagt om een goed functionerend systeem, met betrouwbare monitoring, goede recoveryfaciliteiten, duidelijke protocollen en voldoende geschoold personeel. Juist vanuit die positie kunnen anesthesiologen een belangrijke bijdrage leveren aan duurzame verbetering van de zorg.

Opleiden is nooit af

Tijdens eerdere bezoeken lag de nadruk vooral op het gezamenlijk behandelen van patiënten. Deze keer besteden we minstens zoveel tijd aan gesprekken, onderwijs en het observeren van bestaande werkwijzen. Dat blijkt iedere keer opnieuw een uitdaging. De mensen die we eerder hebben opgeleid, zijn lang niet altijd opnieuw aanwezig. De lokale anesthesiemedewerkers draaien een enorme werkdruk: overdag verzorgen zij alle electieve operaties en 's nachts keren ze terug voor de spoedgevallen. De motivatie om te leren ontbreekt zeker niet, maar de omstandigheden maken structurele scholing ingewikkeld.

Daarom proberen we het onderwijs zo praktisch mogelijk te houden. We bespreken casussen, vragen hoe collega's een bepaalde situatie zouden aanpakken en gaan samen de diepte in. Van airwaymanagement bij craniofaciale afwijkingen tot regionale anesthesietechnieken zoals een infraorbitalis- of nervus maxillarisblok na schisischirurgie: juist de uitwisseling tijdens zulke gesprekken levert vaak de meeste verdieping op.

Leren in twee richtingen

Die uitwisseling is allesbehalve eenrichtingsverkeer. Integendeel. Veel Ugandese collega's beschikken over een indrukwekkende ervaring in het werken met beperkte middelen. Waar wij gewend zijn vrijwel altijd over alle benodigde apparatuur te beschikken, moeten zij dagelijks improviseren. Dat vraagt om flexibiliteit, creativiteit en veerkracht.

Juist daarin valt veel te leren. Hun vermogen om oplossingen te vinden met de middelen die wél beschikbaar zijn, zet ook mijn eigen manier van denken regelmatig op scherp. Daarnaast is samenwerken met collega's uit een totaal andere culturele, maatschappelijke en economische context minstens zo verrijkend als de medische inhoud. Op de operatiekamer wordt veel gelachen, maar ook daarbuiten ontstaan gesprekken die minstens zo waardevol zijn. Over hoe de zorg is georganiseerd, over verschillen in opleiding, over familie, verantwoordelijkheid en de uitdagingen van het dagelijks leven. Zulke gesprekken laten zien hoeveel we, ondanks alle verschillen, uiteindelijk met elkaar gemeen hebben.

Casuïstiek die je in Nederland nauwelijks ziet

Ook medisch gezien is iedere reis bijzonder. Doordat zorg minder toegankelijk is dan in Nederland, presenteren patiënten zich vaak veel later in het ziekteproces. Daardoor kom je aandoeningen tegen die je thuis vrijwel nooit ziet. Zo behandelen we een patiënt met een Tessier 6 cleft, een uiterst zeldzame faciocraniale spleet waarbij een moeilijke luchtweg vrijwel gegarandeerd is. We zien grote tumoren die in Nederland al jaren eerder verwijderd zouden zijn. En patiënten met ernstige post-burncontracturen van gelaat en hals, waarbij de luchtweg zo ernstig beperkt is dat in Nederland waarschijnlijk een wakkere fiberoptische intubatie de voorkeur zou hebben. Juist omdat veel van die hulpmiddelen hier ontbreken, vraagt iedere anesthesie opnieuw om creativiteit en zorgvuldige voorbereiding. Werken onder zulke omstandigheden is uitdagend, maar ook bijzonder leerzaam.

Dilemma's zonder eenvoudig antwoord

Misschien nog indrukwekkender dan de medische uitdagingen zijn de ethische dilemma's waarmee je wordt geconfronteerd. Vooraf hadden we samen afgesproken alleen kinderen boven een bepaalde leeftijd en met een minimumgewicht te opereren. Die grens was zorgvuldig gekozen, met het oog op perioperatieve veiligheid en een verantwoord postoperatief herstel. In het eerste ziekenhuis bleek echter dat veel aangemelde kinderen niet aan die criteria voldeden. Ze waren jonger of ernstig ondervoed. Vasthouden aan de afspraak betekent dat je kiest voor maximale patiëntveiligheid. Maar binnen de lokale context kan diezelfde beslissing betekenen dat een kind zonder operatie uiteindelijk overlijdt aan de gevolgen van ondervoeding.

Sommige kinderen die enkele weken vóór onze komst waren aangemeld, bleken inmiddels al overleden toen onze lokale collega's hen opnieuw opriepen. Tegelijkertijd bestaat de mogelijkheid dat lokale teams deze patiënten alsnog opereren nadat wij zijn vertrokken, zonder de extra expertise die tijdens onze missie beschikbaar is. Wat is dan de juiste keuze? Opereren, ondanks een verhoogd risico? Of vasthouden aan de veiligheidsgrens die je vooraf gezamenlijk hebt vastgesteld?

Het zijn vragen waarop geen eenvoudig antwoord bestaat.

Vragen die blijven

Tijdens de terugvlucht denk ik daar nog lang over na. Niet alleen over de bijzondere patiënten die we hebben behandeld of de kennis die we hebben gedeeld, maar vooral over de mensen die ik heb ontmoet en de dilemma's waarmee zij dagelijks te maken hebben.

Iedere reis naar Uganda leert me iets over anesthesie. Maar misschien leer ik nog wel meer over samenwerken, relativeren en de verantwoordelijkheid die hoort bij goede zorg. Uiteindelijk is dat misschien wel de belangrijkste opbrengst van dit soort missies: niet het aantal operaties dat je uitvoert, maar de wederzijdse kennis, de duurzame samenwerking en de vragen die nog lang blijven hangen wanneer je weer thuis bent.

Samenwerken op een ziekenhuisschip in Bangladesh

In december reisden twee anesthesiologen, twee chirurgen en een operatieassistent naar Bangladesh om samen te werken met Friendship NGO. Deze Bengaalse organisatie ondersteunt de armste en meest afgelegen gemeenschappen in de deltagebieden in het noorden en zuiden van het land. Dat doet zij onder meer door duurzame oplossingen voor klimaatverandering te ontwikkelen en primaire en secundaire gezondheidszorg toegankelijk te maken.

Na een reis van 24 uur arriveerden we op het ziekenhuisschip. Na een korte lunch begonnen we direct met de preoperatieve screening van de patiënten voor die week. Er waren twee operatiekamers beschikbaar: één voor kinderen, waar algehele anesthesie werd toegepast, en één voor volwassenen, waar uitsluitend spinale anesthesie mogelijk was vanwege het ontbreken van een anesthesietoestel. De benodigde medicatie en medische hulpmiddelen werden deels lokaal geregeld en deels vanuit Nederland meegenomen. Daarmee konden we de anesthesie veilig en verantwoord uitvoeren.

Gedurende de week werden 85 operaties verricht, voornamelijk liesbreuken en hydroceles. Wat deze missie vooral bijzonder maakte, was de samenwerking met de lokale medewerkers. Vanaf de eerste dag groeide het onderlinge vertrouwen en werden kennis en vaardigheden over en weer gedeeld. Binnen korte tijd ontstond een hecht team.

De week begon ver buiten onze comfortzone. De omgeving was onbekend, materialen waren beperkt en een tekort aan medicatie vroeg om creativiteit. Toch deden de lokale collega's er alles aan om een veilige werkomgeving te creëren. Dankzij die samenwerking verliep de week zonder grote complicaties. Op de laatste avond verzorgden we onderwijs voor elkaar en sloten we een intensieve, inspirerende week gezamenlijk af.