Deze blauwdruk beschrijft hoe pijnzorg voor patiënten met chronische pijn georganiseerd kan worden in vier opeenvolgende stappen: doorgronden, positioneren, behandelen en afronden. Het is een praktisch werkmodel om eerst de biopsychosociale context te doorgronden, vervolgens te bepalen waar de patiënt het best geholpen kan worden en alleen te behandelen wanneer specialistische pijnzorg daadwerkelijk waarde toevoegt. Door trajecten ook bewust af te ronden en de regie over te dragen naar de eerste lijn of het netwerk, ontstaat gerichte inzet van specialistische zorg, minder onnodige medicalisering en meer focus op functioneren en kwaliteit van leven.